7e consortium meeting in Turijn, oktober 2016

MasterMind (gestart in 2014) is een Europees project dat strategieën ontwikkelt voor het implementatie van eMental Health-interventies in vijftien verschillende regio’s in Europa. Het gaat om Cognitieve Gedragstherapie en videoconferencing. In februari 2017 worden de resultaten gepresenteerd. Recent is een vervolgproject gehonoreerd genaamd ImpleMentAll, dat zal starten in januari. Christiaan Vis coördineert het wetenschappelijke deel van het onderzoek en geeft in dit interview alvast een voorproefje.

Met welke onderzoeksvragen zijn jullie destijds dit project gestart?
‘We wilden vooral weten welke factoren en vooral ook barrières mogelijk een rol spelen bij het implementeren en opschalen van eMental Health in de praktijk. Het project bouwt voort op onderzoeken naar de effectiviteit en efficiëntie van online behandelingen en gebruikt deze kennis als startpunt voor toepassingen in de praktijk. Het is het eerste project op het gebied van eMental Health in Europa op deze schaal, dat niet alleen de inhoudelijke kant van de interventies onderzoekt maar ook de zorgcontext zoals het perspectief van de cliënten, de zorgprofessionals en de organisatie.’

MasterMind zal veel informatie opleveren. Wat gaan jullie ermee doen en vooral: hoe gaan jullie dit allemaal verwerken?
Allereerst moet ik zeggen dat dit geen randomised control trial is, maar vooral observerend onderzoek: we gaan gewoon kijken wat gebeurd is en waarom. Dus stellen we vragen als: wat gebeurt er in de praktijk, welke barrières en factoren spelen een rol bij de implementatie, wat kunnen we hiervan leren op het gebied van verdere implementatie en opschalingsprocessen?
We hebben hiervoor case descriptions opgesteld waarin vaste onderwerpen worden beschreven, zoals: wat heeft de implementatie bereikt, welke positie heeft eHealth in het zorgsysteem, welke barrières kunnen worden geïdentificeerd? Door met zoveel Europese regio’s te werken krijg je inderdaad heel diverse resultaten en het is niet altijd gemakkelijk om landen of regio’s goed met elkaar te vergelijken.
Voor implementatieonderzoek zijn die culturele verschillen juist handig, want we zijn met name ook geïnteresseerd in de rol van de context bij de implementatie. Als je daarentegen de effectiviteit van interventies onderzoekt moet je de contextuele invloeden zoveel mogelijk uitsluiten, dat kan dus best lastig zijn. Ik verwacht bijvoorbeeld dat de screening van cliënten in de praktijk per land heel erg wisselt. Hoewel hiervoor een vaste vragenlijst was opgesteld, is dat toch meestal gebeurd op basis van de ervaringen en het klinisch oordeel van therapeuten. Daar staat weer tegenover dat we ook gecontroleerde effectiviteitstesten uitvoeren.

Hoe hebben de verschillende landen eTherapy aangeboden?
Ieder land heeft de interventie op zijn eigen manier aan de man gebracht, maar overal lijkt de zorgprofessional hierin een essentiële schakel. Zo ging dat in Spanje en Italië via voorlichtingsavonden met films, werd in Noorwegen iedere professional persoonlijk bezocht en verliep in Nederland alles meer volgens de bestaande organisatorische lijnen. In Denemarken is een hele communicatiestrategie ontwikkeld en uitgevoerd en Duitsland kreeg een grote private verzekeraar mee die ondersteunt bij het recruteren van cliënten die al een geschiedenis hebben van depressieve klachten. In Schotland verwijzen de huisartsen door. Daar lijkt ook veel support van belangrijke politieke en ambtelijke spelers en worden de communicatiemiddelen goed gebruikt.
Je kunt deze verschillende manieren van aanpak alleen met elkaar vergelijken als je de parallellen kunt uitlichten. Dat gaan we dan ook doen. We werken pragmatisch, maar abstraheren ook.

Is er in de verschillende regio’s evenveel enthousiasme voor het werken met eInterventies?
Dit kun je niet los zien van de cultuur, organisatie, en het zorgsysteem in het betreffende gebied. De interventies variëren per land van volledig online en onbegeleid tot blended; sommige landen zetten alleen telemedecine (‘videoconference’) in om vooral geografische afstanden te overbruggen zoals in Groenland. Daar heeft lang niet iedereen een computer met internetverbinding en speelt naast depressie ook alcoholproblematiek een prominente rol. De 1-op-1 telemedecine wordt er aangeboden in combinatie met gedragstherapie. In ons land is alle technologie wel aanwezig, is het management meestal enthousiast en is de financiering geregeld, maar lijken veel therapeuten nog weerstand te hebben.
Het gemeenschappelijke aspect is dat alle landen werken met cognitieve gedragstherapie. Verder zijn er grote en soms wonderlijke verschillen. In Schotland, waar onbegeleide online therapie wordt aangeboden, is de respons heel groot: er hebben zich 1500 cliënten aangemeld voor eInterventie. In Noorwegen, dat een zelfde soort getrapte zorg aanbiedt als Schotland, blijkt het juist erg lastig om cliënten te bereiken. Tot nu toe staat daar de teller op 3 voltooide behandelingen, terwijl ze daar erg veel tijd hebben besteed aan het informeren van verwijzers. Er worden nu gesprekken gevoerd om uit te zoeken wat de redenen kunnen zijn voor dit onverwachte resultaat.

Zijn er al voorlopige resultaten die nu in het oog springen?
Eén belangrijk resultaat is dat meer dan 9.000 patiënten zijn bereikt, die in het kader van MasterMind een eInterventie aangeboden gekregen hebben. De analyses zijn gestart en moeten uitwijzen wat de daadwerkelijke effecten zijn geweest. Uiteindelijk gaat het in dit onderzoek om de implementatie van eInterventies. Op dat punt zien we verschillende barrières. Soms vormen de technische barrières een groot probleem, soms gaat het om heel andere dingen. Om financiering bijvoorbeeld, of om de acceptatie en medewerking van behandelaars en therapeuten. Die vinden vaak dat hun cliënten specifieke en individuele behoeften hebben en dat goed contact alleen kan plaatsvinden als het face-to-face is. Zij hebben om onder andere die reden nog weerstand tegen eInterventies. Een groot deel vindt dat de online interventies niet (genoeg) zijn toegespitst op de cliënt en dat er dus een meer gepersonaliseerd online aanbod moet komen. Behandelaars en therapeuten zijn onmisbaar voor een goede implementatie. In het vervolgtraject zullen we dus ook zeker nadenken over de stappen die we kunnen nemen om bij hun wensen aan te sluiten, zodat we uiteindelijk meer mensen betere zorg kunnen bieden.

Meer informatie: http://mastermind-project.eu