Deelnemers aan internet-therapieën voor problematisch alcoholgebruik verminderen hun alcoholconsumptie gemiddeld met 5 glazen per week méér dan deelnemers uit de controlegroep die geen therapie volgden.

Volgers van deze therapieën hadden ook meer dan twee keer zoveel kans om na afloop niet meer te drinken dan de richtlijn voor laag risicodrinken aangeeft. Deze richtlijn ligt voor vrouwen op maximaal 14 glazen per week en voor mannen 21 glazen.

Succesvol met en zonder professionele hulp
Onderzoeker Heleen Riper van Amsterdam UMC en de Vrije Universiteit: ”Mannen én vrouwen hebben baat bij deze therapieën. Dit geldt voor verschillende leeftijdsgroepen en typen van probleemdrinkers: van licht tot zwaar. Deze therapieën kunnen met en zonder professionele hulp succesvol aangeboden worden, direct via het internet of via de huisarts. Professionele begeleiding bij het volgen van deze therapieën vergroot de kans om minder te gaan drinken in vergelijk met onbegeleide varianten.” 
Het onderzoek is vandaag gepubliceerd in het gerenommeerde tijdschrift PlosMedicine. https://journals.plos.org/plosmedicine/

Vroegtijdige herkenning is van belang
Tijdens de komende feestdagen zal bij menigeen de drank rijkelijk vloeien. Daarna zullen velen, jong én oud, zich weer voornemen om in het nieuwe jaar toch echt minder te gaan drinken. Dit blijkt echter niet gemakkelijk. Men kijkt liever niet naar de negatieve individuele gezondheids- en sociale gevolgen, noch op de korte, noch op de lange termijn. 
Feit is dat 1 op de 10 Nederlanders regelmatig teveel drinkt. Dit percentage ligt nog veel hoger wanneer we de nieuwe richtlijn uit 2015 hanteren: niet meer dan één glas alcohol per dag. Het Nationaal Preventieakkoord noemt niet voor niets het terugdringen van probleemdrinken als een van de drie speerpunten naast roken en obesitas. Bekend is dat vroegtijdige herkenning van problematisch alcoholgebruik dit gedrag kan keren, bijvoorbeeld met behulp van digitale therapieën.

Effectiviteit en persoonlijke kenmerken
Nog niet bekend was of de effectiviteit van deze therapieën beïnvloed wordt door bijvoorbeeld persoonlijke kenmerken van de drinker, zoals geslacht (m/v), leeftijd of ernst van het probleemdrinken en of professionele begeleiding er wel of niet toe doet.  De individuele patiënten-data meta-analyse (IPDMA) die is uitgevoerd door de VU, GGZ inGeest en Amsterdam UMC geeft als eerste een antwoord op deze vragen. Hiervoor zijn in deze internationale studie de data van 14.198 probleemdrinkers geanalyseerd.