eHealth en de relatie tussen patiënt en behandelaar
mayke-mol

Mayke Mol

Mayke Mol, mei 2016

De therapeutische relatie tussen patiënt en behandelaar is een belangrijke factor voor effectieve psychotherapie. In blended cognitieve gedragstherapie voor angst en depressie wordt een aantal face-to-face sessies vervangen door online sessies. We weten nog weinig over de invloed hiervan op de therapeutische relatie. Om hier een idee van te krijgen, interviewden we twee blended behandelaren bij GGZ inGeest: Els Dozeman en Jenneke Wiersma.

Twee rollen?
In hoeverre ervaren jullie een verschil als offline behandelaar (tijdens de face-to-face sessies) en als online behandelaar (zowel asynchroon als synchroon) in de relatie met jullie patiënten?

Els: “Ik vind beide rollen prettig, maar ik ervaar zeker verschil. In face-to-face sessies is het makkelijker direct een inschatting te maken van een patiënt; hoe gaat het écht, hoe reageert hij op de behandeling, heeft hij me begrepen? Toon, mimiek en fysieke presentatie zijn hierbij van belang. Dat heeft veel overeenkomsten met videobellen. Bij asynchroon online contact vind ik het prettig dat ik beter kan nadenken over mijn feedback.”

Jenneke Wiersma

Jenneke Wiersma

Jenneke: “Voor mij is er alleen verschil bij het geven van feedback. Bij face-to-face contact kan je snel reageren als je het idee hebt dat de patiënt het niet helemaal begrepen heeft. Die optie heb je bij asynchroon online contact niet. Er zijn patiënten die het ontvangen van feedback spannend vinden. Daarom ben ik bij asynchroon online contact voorzichtiger: ik let op wat ik schrijf en vermijd suggestieve opmerkingen. Je hebt wel meer tijd om erover na te denken en je kunt de geschreven feedback natuurlijk in de face-to-face sessies bespreken. Ik denk niet dat er wezenlijk verschil is: je bent altijd een behandelaar, alleen het middel is anders.”

Je moet nieuwe methoden durven uitproberen

Vaardigheden
Heb je als behandelaar online andere vaardigheden nodig in de relatie met de patiënt dan bij offline contact?

Els Dozenman

Els Dozenman

Els: “Je kan in beide gevallen goed persoonlijk contact maken en onderhouden. Bij online contact heb je schrijfvaardigheid nodig, beheersing van de Nederlandse taal, motiverend kunnen schrijven en ook feedback-vaardigheden zoals open vragen stellen en samenvatten. Deze vaardigheden zijn in de offline relatie eveneens nodig, maar dan met betrekking tot gespreksvaardigheid.

Jenneke: “Je moet wel houden van de structuur die de blended behandeling biedt. Ik denk ook dat schrijfvaardigheden belangrijk zijn en dat je goed moet kunnen omgaan met een computer.”

Els: “Je moet nieuwe methoden durven uitproberen. Het is logisch dat dit niet altijd meteen goed gaat. Het is belangrijk dat je dit open laat zien aan je patiënt. Ook in offline contact moet je je kwetsbaar durven opstellen en het eerlijk aangeven als je iets niet weet of kan. Er is denk ik dus meer overeenkomst dan verschil.”

Niet alle informatie die je face-to-face geeft blijft hangen.

Online functies
Met het online platform kan de behandelaar berichten sturen, feedback geven en videobellen. Hoe kunnen deze functies bijdragen aan de ontwikkeling en het behoud van een therapeutische relatie?

Els: “De therapeutische relatie komt tot stand doordat de patiënt zich begrepen en gehoord voelt. De online functies zijn hiervoor volgens mij niet per se van belang. De berichtenfunctie heeft wel een rol: je kan laten merken dat je een patiënt niet vergeet door een herinnering te sturen, je kan om verheldering vragen of extra informatie sturen. Dat helpt denk ik wel in de relatie. Daarnaast is de feedback op de oefeningen van belang. Mijn ervaring is, dat je alleen door te schrijven, zonder elkaar te kennen, ook een goede behandelrelatie kan opbouwen. Dit is wel afhankelijk van de ernst en aard van de klachten van de patiënt.

Jenneke: “Niet alle informatie die je face-to-face geeft blijft hangen. Daarom is het voor mij en voor de patiënt heel prettig dat alle relevante behandelinformatie (huiswerkopdrachten, dagboekregistraties, psycho-educatie) online toegankelijk is. In de toekomst wordt dat nog beter: dan heeft de patiënt toegang tot een online patiëntendossier, behandelingsplan en inhoud. Bovendien zullen we de online omgeving straks niet meer als iets exclusiefs zien, maar als een geïntegreerd onderdeel van de geestelijke gezondheidszorg.”

Bevorderende en belemmerende factoren
In hoeverre kan eHealth de therapeutische relatie bevorderen of belemmeren?

Els: “eHealth maakt het contact laagdrempelig. Ik ben als behandelaar makkelijker en directer te bereiken. De patiënt kan mij tussendoor eenvoudig een vraag stellen. Geschreven feedback komt denk ik ook anders over dan gesproken feedback. Je kunt het op een ander moment nog eens lezen en mogelijk blijft het beter hangen.”

Jenneke: “Bij eHealth kunnen de patiënten online het behandeltraject inzien. Sommige patiënten hebben daar een voorkeur voor. Dat kan de relatie bevorderen. Het is wel afhankelijk van de patiënt en de manier waarop je het traject inzet. De patiënten die ik tot nu heb gezien hadden ernstige klachten en suïcidale gedachten, met een voorkeur voor face-to-face contact. Het format en de huiswerkopdrachten, die voor iedereen hetzelfde zijn, voelden voor hen soms nog teveel ‘als dertien in een dozijn’.

Els: “Videobellen kent nog veel technische haperingen. Dat kan de relatie verstoren en frustrerend zijn. Het is belangrijk dat je altijd kunt switchen naar face-to-face contact als een online behandeling niet makkelijk loopt, ook als de patiënt de stof niet begrijpt of bijvoorbeeld moeite heeft met lezen of schrijven.”

Verandering in de therapeutische relatie?
Alles bij elkaar genomen ervaren de blended behandelaren Els en Jenneke meer overeenkomsten dan verschillen tussen online en offline behandeling. Met betrekking tot de feedback signaleren zij wel een verschil; omdat de feedback ‘zwart-op-wit’ staat, zijn zij voorzichtiger bij het formuleren. Belangrijke vaardigheden voor de online behandelaar zijn volgens hen een goede schrijfvaardigheid en de basis-computervaardigheden. Twee andere belangrijke punten die zij noemen zijn:

  1. dat bij de keuze voor de behandelingsvorm de voorkeur van de patiënt in acht genomen moet worden en
  2. dat bij online behandeling technische haperingen zo veel mogelijk voorkomen moeten worden.

Beiden vinden dat eHealth het contact met de behandelaar (en ook de patiënt) laagdrempelig kan maken en een middel kan zijn om de behandeling te structureren. Hopelijk verschaffen de studies MasterMind (www.mastermind.eu), E-COMPARED (www.e-compared.eu), Blended Care en Blended Angst ons hierover meer inzicht.

Feedback